Bataafse opstand (vervolg)
En er gebeurde nog iets opmerkelijks. In de enige uitvoerige bron die van de opstand van de Bataven is overgeleverd, Historiën, schreef de Romeinse auteur Tacitus: ‘Civilis had naar barbaarse gelofte zijn haar rood geverfd en laten groeien zodra hij de wapens tegen de Romeinen had opgepakt. Nu, na de slachting onder de legioenen, liet hij het knippen.
Tacitus
Vervolgens diste Tacitus een gruwelijke roddel op, die klaarblijkelijk te smeuïg (en prettig barbaars) was om de lezer te onthouden. ‘Voorts ging het verhaal dat hij [Civilis] zijn zoontje een paar krijgsgevangenen gaf als schietschijf voor pijlen en oefensperen.’
Civilis had zijn haar veel te vroeg gekortwiekt, want hoewel hij na de inname van Vetera nog ongehinderd Trier (Colonia Treverorum) kon innemen en een trits Romeinse legerplaatsen langs de Limes vernietigde, herpakten de Romeinen zich kort daarna. In Rome had de nieuwe keizer Vespasianus inmiddels de rust in het rijk hersteld en vanuit heel Zuid-Europa waren legioenen onderweg om de opstand van de Bataafse barbaren aan de noordgrens neer te slaan.
Voor deze klus was de doortastende Quintus Petilius Cerialis als opperbevelhebber aangesteld. Tacitus schrijft: ‘Zijn komst wekte hoop aldaar. Zelf wilde hij niets liever dan vechten, want neerzien op vijanden ging hem beter af dan behoedzaam optreden, en met woeste woorden stookte hij zijn soldaten op: bij de eerste de beste gelegenheid om slaags te raken zou hij geen moment meer wachten!’
Vespasianus
Meteen na aankomst in het Rijnland bevestigde hij zijn reputatie met de herovering van Trier; met deze man viel duidelijk niet te spotten. Een nachtelijke guerrilla-achtige tegenaanval van Civilis’ en Classicus’ troepen op het Romeinse legerkamp even buiten de stad liep op een drama uit toen ze te laat doorkregen dat Cerialis zelf buiten het kamp overnachtte. De aanvallers waren al aan het plunderen geslagen toen Cerialis plotseling op het toneel verscheen en zijn in paniek geraakte soldaten opnieuw wist te motiveren tot de strijd. De Bataven, alleen gefocust op het vergaren van buit, werden alsnog verslagen.
Het strijdtoneel verplaatste zich nu naar Nederlands grondgebied. Nijmegen (Oppidum Batavorum, de Stad der Bataven) werd aan de Romeinen prijsgegeven en Civilis trok zich met zijn Treveerse medeopstandelingen terug in de Betuwe (Insula Batavorum). Van daaruit begonnen de wapenbroeders met hernieuwde energie aan de organisatie van een nieuw tegenoffensief.

Romeinse schepen op de rivieren
Met wisselend succes werden vier Romeinse stellingen aangevallen – Nijmegen, Rindern (Arenacum), Rossum (Grinnes) en Heerewaarden (Vada) – en het was alleen te danken aan zijn zwemtalent dat Civilis de strijd overleefde. De opstandelingenleider die met zijn troepen bij Heerewaarden vocht, werd door de Romeinen herkend en tijdens de achtervolging de Waal in gedreven. Daarbij moest Civilis zijn paard op de oever achterlaten om het vege lijf te kunnen redden.
Cerialis op zijn beurt had zijn leven kort daarna
opmerkelijk genoeg te danken aan zijn libido. Tijdens een bliksemaanval op zijn
konvooi, waarbij de Bataven een bloedbad aanrichtten, bevond de commandant zich
buiten het kamp in het bed bij een lokale Ubische vrouw. Het avontuurtje redde
hem van een wisse dood. Hierop trok hij met zijn troepen opnieuw naar de Betuwe
en verwoestte daar alles wat hij tegenkwam, behalve de landerijen van Civilis,
om hem verdacht te maken bij zijn stamgenoten.
Maar door zware herfstregens en het uitblijven van
versterking liep zijn opmars vast. Cerialis stuurde daarop een boodschap naar
Civilis waarin de Bataven vrede en amnestie werden aangeboden. De twee leiders
besloten tot een onderhoud op een brug in de rivier de ‘Nabalia’ – welke rivier
wordt bedoeld is niet duidelijk.
En precies daar, op het moment suprême, wanneer Civilis en
de Romeinse opperbevelhebber Cerialis tegenover elkaar staan en de Bataafse
opstandelingenleider begint te spreken, eindigt de overgeleverde tekst van
Tacitus, midden in een zin zelfs. Civilis zou hebben gezegd dat Vespasianus en
hij altijd vrienden waren geweest. Hij koos in feite weer de kant van Rome. Het
meest waarschijnlijke scenario is dan ook dat de Bataafse opstand hier
definitief eindigde; zeker weten doen we het echter niet.
Hoe het is afgelopen met Julius Civilis weet niemand. Misschien heeft hij dankzij de vredesonderhandelingen met Cerialis zijn hachje weten te redden. Maar de kans is ook aanwezig dat hij hetzelfde lot heeft ondergaan als die andere barbaar, de Galliër Vercingetorix, die het een eeuw eerder al waagde de wapenen op te nemen tegen de Romeinen. Na jaren in een kerker opgesloten te hebben gezeten, stierf hij in het openbaar een gruwelijke dood aan de wurgpaal.
Met dank aan Hans Teitler en Olivier Hekster.