De 8e eeuw
Karel de Grote was van 771 tot 814 koning van de Franken. Hij heerste over bijna heel West-Europa. Karel liet op verschillende plaatsen in zijn rijk paleizen bouwen, zogenaamde paltsen. Ook in Nijmegen: daar stond van 777 tot 881 een palts waarschijnlijk op de plek waar nu het Valkhof-park is.
Het rijk van de Franken.
Een palts bestond uit een hoofdgebouw en verschillende bijgebouwen voor het personeel en de militairen, al gauw een paar honderd mensen. Ook een kerk of kapel hoorde bij een palts. De belangrijkste gebouwen lagen meestal binnen een versterking. Buiten de palts stonden boerderijen die voedsel leverden aan de koning en zijn hof.
De verovering van het land en de kerstening van de Saksen was tijdens zijn regering een van de belangrijkste speerpunten. De verovering werd in drie fasen uitgevoerd, grotendeels vanuit Nijmegen. In de Karolingische tijd was Nijmegen als bestuurscentrum in handen gevallen van Frankische koningen.
Koningen waren in de middeleeuwen steeds op reis. Zij trokken van de ene palts naar de andere. Op elke palts bleven ze een aantal weken om met graven, militairen, ambtenaren en geestelijken uit de wijde omgeving de regeringszaken te bespreken. Nijmegen was één van de favoriete verblijfplaatsen van Karel de Grote.
Historiek.net:Karolingische koningen – zoals Karel de Grote – en later Duitse vorsten in het Heilige Roomse Rijk moesten veel reizen om alle onderdanen in hun gebied te kunnen bereiken. Daarom zorgden ze voor paltsen. Dit waren kastelen die maximaal dertig kilometer van elkaar lagen, zodat koningen hun rijk mobiel konden besturen en direct contact hadden met hun leenmannen. De ‘reiskoningen’ verbleven tijdens hun reizen in een palts om bijvoorbeeld de regionale rechtspraak te leiden, hofdagen te organiseren, voor het uitgeven van lenen of om oorkonden uit te reiken. Paltsen werden verder gebruikt als centrale opslagplaats waar de belasting – in de vorm van goederen en voedsel – uit de regio opgeslagen werd, die aan de koning of keizer moesten worden voldaan.
De stad Nijmegen is nauw verbonden met Karel de Grote. Deze haast legendarische middeleeuwse vorst had een palts - een luxe Koninklijke residentie - waarschijnlijk op het Valkhof waar hij regelmatig verbleef als hij op reis was. De band van Nijmegen met het Frankische rijk wordt bevestigd door een aantal munten die op het Valkhof gevonden zijn.
Na het vertrek van de Romeinen verdween een geregeld muntsysteem. Onder de Karolingische vorsten kwam er een nieuwe muntorde tot stand, gebaseerd op de zilveren denarius. Karel de Grote legde in 793 gewicht en afbeelding vast. De munten tonen de portretkop van Karel, naar Romeins voorbeeld, en zijn monogram KAROLVS.
Munt Karel de Grote
Zijn zoon Lodewijk de Vrome voerde de denarius in 822 als rijksmunt in. Na het overlijden van Lodewijk de Vrome werd het rijk in drieën gesplitst door zijn drie zonen. Van twee zonen (Karel de Kale en Lotharius) zijn ook munten op het Valkhof gevonden.
Omstreeks het jaar 777 liet de Frankische koning Karel de Grote een 'palts' bouwen, waarschijnlijk bij of op de Valkhofheuvel. Nijmegen lag in het noorden van zijn rijk, dat bijna heel Europa omvatte.
Een palts bestond uit een hoofdgebouw, verschillende bijgebouwen voor het personeel en de militairen en een kerk of kapel. De belangrijkste gebouwen lagen meestal binnen een versterking. Tijdens hun regeringsperiode verbleven Karel en zijn opvolgers er korte of langere tijd. In 880 sloeg een aantal Noormannen in Nijmegen een winterkamp op. Op een tekening van Jacobus Buijs steken de Noormannen de palts in brand bij hun vertrek in 881. Mede door deze gebeurtenis is niets bewaard gebleven van de Nijmeegse palts van Karel de Grote en weten we dus niet hoe die eruit heeft gezien. Buijs heeft zich bij het tekenen van de palts laten inspireren door een denkbeeldige reconstructie. Cornelis Springer baseerde zich op werk van Cornelis Pronk (1733), maar wijzigde de architectuur van de gebouwen naar een verzonnen Romaanse stijl. Als voorbeeld voor de Nicolaaskapel (pas gebouwd in de elfde eeuw, dus ruim na de dood van Karel de Grote) gebruikte hij een reconstructie van Alexander Oltmans (1845-46). In het midden zien we Karel de Grote samen met een geestelijke. Naast hen zijn soldaten, hovelingen, vrouwen en kinderen afgebeeld. Linksachter proberen mannen een blijde (een belegeringswapen) uit. Dit schilderij is gemaakt voor de Historische Galerij in het verenigingsgebouw van Arti et Amicitiae aan het Rokin te Amsterdam.
Cornelis Springer (1817-1891),
Het Valkhof in het jaar 800, 1862



,%20Het%20Valkhof%20in%20het%20jaar%20800,%201862.jpg)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten