25 november 2024

Bataafse opstand


De Bataafse opstand.

De Bataafse Opstand, ook wel de opstand van de Bataven of opstand van de Batavieren genoemd, was een opstand (69 – 70) van de (vermoedelijk) West-Germaanse Bataven onder leiding van Gaius Julius Civilis in de militaire provincie Neder-Germanië (Germania Inferior). Kortweg kwam het erop neer dat de bewoners van de Lage Landende Romeinse overheersing niet meer pikten. Dus ontstond er een opstand, maar wel een met een voorgeschiedenis.

Gaius Julius Civilis

De Bataven onderhielden reeds vriendschappelijke relaties met de Romeinen ten laatste vanaf 15 v.Chr., toen Drusus een legerkamp (castra) op de Hunnerberg (in het huidige Nijmegen) bouwde. De Bataven waren bondgenoten (socii) van het Romeinse Rijk en vochten in vele veldslagen aan de kant van Rome. In de strijd tegen Arminius in Germania en (onder andere) Boudica (61) in Britannia verwierven de Bataven zich grote roem, wat niet altijd door de toenmalige keizer Nero werd gewaardeerd.

Nero was de vijfde en laatste keizer van de Julisch-Claudische dynastie, de familie die van 27 v.C. tot 68 n.C. de heersers van het Romeinse Rijk voortbracht. Zijn voorganger Claudius (10 v.C. – 54) adopteerde hem en werd vervolgens vermoord, waarschijnlijk door Agrippina Minor (15-59), zijn echtgenote en de moeder van Nero. Na de dood van Claudius kreeg Nero de steun van de keizerlijke garde en de senaat. Van iedere keizer werd een buitengewone vrijgevigheid verwacht. Hij financierde openbare gebouwen, gaf spelen, schonk graan en olie aan het volk en doneerde geld aan soldaten en vrienden in financiële nood. Claudius stelde daarbij twee nieuwe legioenen aan en begon aan een aantal dure bouwprojecten; zaken die zwaar op de staatskas drukten. Een lastig begin voor Nero, die in 54 het keizerlijke stokje overnam. Deze achtergrond verklaart deels waarom Nero in zijn laatste regeringsjaren, van 64 tot en met 68, financieel in de problemen kwam. Daarbij gaf hij simpelweg te veel uit. De keizer financierde talloze bouwwerken en organiseerde buitensporig grote spelen waarbij de toeschouwers werden overspoeld met geschenken. De bodem van de staatskas kwam in zicht nadat in de zomer van 64 een enorme brand uitbrak die grote delen van Rome in de as legde. Winkels, woningen, kunstwerken, tempels: weinig bleef gespaard. De wederopbouw kostte de staat een vermogen. Denk alleen al aan de kosten van de tijdelijke huisvesting en voedselhulp voor de duizenden daklozen en het herstel of zelfs de vervanging van openbare gebouwen.


Keizer Nero

In het voorjaar van 68 kwam Vindex, de gouverneur van Gallia Lugdunensis, in opstand tegen keizer Nero: het begin van het Vierkeizerjaar, de eerste Romeinse burgeroorlog in bijna honderd jaar. Lucius Verginius Rufus, de gouverneur (legatus pro praetore) van Opper-Germanië (Germania Superior), trok Vindex tegemoet en versloeg hem bij Vesontio, het hedendaagse Besançon. In juni pleegde Nero zelfmoord en werd Galba keizer. Rond deze tijd werden de Bataafse legeraanvoerders en broers Gaius Julius Civilis en Julius Paulus door Fonteius Capito, de gouverneur van Neder-Germanië, valselijk beschuldigd van rebellie. Julius Paulus werd in september 68 terechtgesteld en Civilis werd naar Rome afgevoerd. Later werd hij vrijgelaten en kon hij terugkeren, maar deze gebeurtenissen hadden veel kwaad bloed gezet bij zijn volk. Hordeonius Flaccus, de nieuwe legaat van Opper-Germanië die de door Galba afgezette Verginius Rufus had vervangen, stuurde vanwege de onrust bij de Bataven een detachement (vexillatio) van het 8e legioen naar Oppidum Batavorum (Nijmegen).

Vitellius had door middel van dwang en corruptie jonge Bataven laten werven ter versterking van zijn legers. Daarbij werden de rekruten op grote schaal seksueel misbruikt en vernederd. Het was voor Civilis de druppel, want Rome was eerder al verantwoordelijk voor de standrechtelijke executie van zijn broer Julius Paulus. Die was samen met Civilis valselijk van rebellie beschuldigd. Civilis was ternauwernood ontsnapt aan de dood, maar was vol wrok vanuit Rome teruggekeerd in zijn vaderland. Het was een goed moment om in opstand te komen tegen het Romeinse gezag, want Rome was ten prooi gevallen aan een burgeroorlog. Na de dood van keizer Nero werden in één jaar drie opvolgers vermoord. De laatste was Vitellius.


De samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis 
volgens Rembrandt van Rijn

In het jaar 69 pikten de inwoners van de Lage Landen het niet meer. Onder leiding van de Bataaf Julius Civilis kwamen ze in opstand tegen het machtige Rome. In het begin zelfs met succes.
Woest uitziende mannen met ontbloot bovenlijf of gehuld in dierenhuiden rijden op paarden over een zompige vlakte. De troep Cananefaten en Friezen is op weg naar de Romeinse legerkampen in het huidige Katwijk (Lugdunum) en Valkenburg (Praetorium Agrippinae). Dat ze geen vreedzame bedoelingen hebben, wordt duidelijk wanneer ze onder luid gejoel de kampen binnenstormen en de Romeinse soldaten tot de laatste man ombrengen en de tenten, omheining en wachttorens in brand steken. Romeinen die verderop langs de Limes, de noordgrens van het Romeinse Rijk, bivakkeren, slaan in paniek op de vlucht.
Het is de nazomer van het jaar 69 als de opstand der Bataven – een volk dat in de Rijn-delta leeft – met deze verrassingsaanvallen begint. Aanstichter van dit alles: Julius Civilis, een Bataaf, maar ook een Romeins burger. Jarenlang had hij, net als tienduizenden stamgenoten, tot grote wederzijdse tevredenheid in het Romeinse leger gediend, maar nu keerde hij zich tegen zijn broodheer. Tijdens een ceremoniële bijeenkomst had hij de oorlog verklaard aan Rome, al verdoezelde hij dat in eerste instantie. Gedurende de eerste maanden suggereerde hij dat hij alleen tegen de zittende keizer Vitellius vocht.
Vitellius
Civilis raakte met zijn opstand, die op ‘Nederlandse’ bodem begon, een gevoelige snaar bij omwonende stammen. Zij waren net als de Bataven ingelijfd bij het Romeinse Rijk en het Bataafse verzet deed ook bij hen onafhankelijkheidsvuur oplaaien. Behalve de Cananefaten en de Friezen aan de Noordzee-kust, sloten zich ook verschillende Germaanse en Gallische stammen aan bij het verzet tegen het Romeinse Rijk. Tijdens een geheime bijeenkomst in Keulen verbonden Julius Classicus uit Trier met zijn ruiters, de Lingoon Julius Sabinus uit het Franse Langres en Classicus’ stamgenoot Julius Tutor zich aan de onafhankelijkheidsstrijd.


De door hen geleide cohorten deserteerden uit het Romeinse leger en verzwakten de positie van de vijand aanzienlijk. De Romeinse generaal Hordeonius Flaccus en zijn onderbevelhebber Dillius Vocula moesten het massale overlopen van hun legers met de dood bekopen. Beiden werden door de opstandelingen omgebracht.
De rebellen wisten handig gebruik te maken van de chaos die hun opstand veroorzaakte. Zo stuurde Classicus zogenaamde onderhandelaars naar het door Civilis ingesloten Vetera (een plaatsje nabij Xanten) met de boodschap dat de Romeinse legers langs de Rijn in ontreddering uiteen waren gevallen. De Rome-gezinde troepen, uitgeput door de belegering, gaven zich daarop meteen over, maar ontkwamen vervolgens niet aan de moordzucht van Civilis’ troepen. Vetera zelf werd door de opstandelingen geplunderd en in brand gestoken.

Het lijkt er dus op dat de Romeinen zijn verslagen. Asterix en Obelix zijn er dus toch, maar leven noordelijker. In een volgend blog kijken we verder naar het verdere verloop



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Willem V van Kleef (Slot)

  Willem V van Kleef Willem V (Düsseldorf, 28 juli 1516 – aldaar, 5 januari 1592) was hertog van Kleef, Gulik en Berg, graaf van Mark, heer ...