24 november 2024

Eerste stapjes of stappen. (Deel 2)

 


Het Romeinse Rijk

De Chatten, Cherusken en Bataven waren enkele van de Germaanse volken die rond het begin van onze jaartelling nabij de grens van het Romeinse Rijk leefden. Ten noorden van de Liemers (vanaf Duiven en Zevenaar vandaar in de richting van het westen) zal globaal de grenslijn zijn geweest. Ten noorden van die lijn zoals in Doetinchem werden sporen van Romeins aardewerk gevonden, wat er op kan duiden dat er minstens handelscontacten moeten zijn geweest. De Germaanse volken waren vanwege hun strijdbaarheid en moed erg berucht bij de Romeinen. De Romeinen hebben door aanhoudend Germaans verzet afgezien, om zich permanent ten noorden van de Rijn te vestigen. De Romein Tacitus noemt de Chatten al in zijn verslagen bijvoorbeeld in 'De origine et situ Germanorum'. De Bataven zouden oorspronkelijk deel hebben uitgemaakt van de Chatten, maar een groep splitste zich na een conflict daarvan af. Veel stammen leefden in kleine nederzettingen, bestaande uit langhuisboerderijen. Hierin leefden meestal verschillende generaties grootfamilie en vee gezamenlijk onder een dak. Hun huizen waren van hout, al dan niet met leem bestreken vlechtwerk wanden met een strodak. 

Voorbeeld van een langhuis uit de Vikingtijd

Een langhuis is een lange woning en boerderijtype, vaak met een aantal bijgebouwen. Er zijn verschillende typen langhuizen. Het langhuis werd en wordt gebouwd door mensen in verschillende werelddelen. Toen de mens zich in Centraal- en West-Europa begon te vestigen in een min of meer permanente woonplaats en van jager-verzamelaar overschakelde naar landbouw had hij behoefte aan een vaste woning. Verondersteld wordt dat het gebouw geen ramen en deuren had. Vermoedelijk diende het donkere uiteinde voor opslag van o.a. graan, het middendeel als slaapvertrek en het voorste deel als werkplek. Er zijn sporen teruggevonden van nederzettingen met zes tot zeven huizen die elk 20 tot 30 mensen konden huisvesten. Structureel was het huis een gebouw van 20m bij 7m met een zadeldak. Een centrale rij palen droegen balken in de lengterichting. De dakbalken die daarop lagen liepen gedeeltelijk door tot in de fundering waardoor er dus maar een heel lage muur was die niet diende om het dak te dragen.

Kaart van het Romeinse Rijk uit de 2e eeuw. 
In het zuidwesten van Magna Germania bevindt zich 
het leefgebied van de Chatten (Chatti).

De Limes (grens) van het Romeinse rijk liep dwars door Nederland, van de Noordzee langs de Rijn en Donau naar de Zwarte Zee. Zuidelijk van de Rijn lagen Romeinse forten en wachttorens verbonden door een weg. De oudste Romeinse resten zijn die van een grote castra op de Hunnerberg uit 15 voor Christus. Deze is slechts enkele jaren in gebruik geweest. Tussen 10 na Christus en 69 na Christus bouwden Romeinse soldaten de stad Oppidum Batavorum. Oppidum Batavorum groeide uit tot een nederzetting van Gallo-Romeinse handwerkslieden, handelaren, ambtenaren en magistraten. De Bataafse nederzettingen bevonden zich ten noorden van de Waal bij Lent en Oosterhout, waar vele vondsten uit de Romeinse tijd zijn gedaan. Belangrijk is in dit verband de zogenoemde godenpijler, die door de Maastrichtse stadsarcheoloog Titus Panhuysen op 17 na Christus wordt gedateerd, wat overeenkomt met het beëindigen van de campagnes van Germanicus tegen de Cherusken. Uit deze zuil en de vondsten op het Kopse Plateau kan worden geconcludeerd dat zich in Romeins Nijmegen een belangrijke Romeinse commandocentrale heeft bevonden.

De Limes is nooit een stabiele grens geweest, maar wel de scheiding - volgens de Romeinen - tussen de beschaafde wereld en de barbaren. Keizer Augustus, regerend van 27 voor Chr. tot 14 na Chr., was de eerste die na verovering van de Alpen en Spanje grenzen voorstelde, in het noorden tot aan de Elbe. Rond 19 voor Chr. waren er twee legioenen gelegerd op de Hunerberg in Nijmegen, langs de Rijn werden forten aangelegd, van waaruit generaal Nero Claudius Drusus van plan was om de delen ten noorden van de Rijn te veroveren. Drusus, die de bijnaam "Germanicus" kreeg, zijn zonen en anderen ondernamen wel veldtochten naar het noorden en stichtten kortstondig de provincie Germania, met grenzen tot aan de Elbe, maar na o.a. de nederlaag in de Slag bij het Teutoburgerwoud werd de Rijn weer de noordelijke grens vanaf Katwijk aan de Noordzee tot aan de Moezel, en daarvandaan naar de Donau, die de grensrivier werd tot aan de Zwarte Zee.

De limes Germanicus is ontstaan toen de Romeinen in 47 na Chr. definitief van de verovering van Germania afzagen. Belangrijk daarbij was de Varusslag in 9 na Chr. in het Teutoburgerwoud, waarbij drie Romeinse legioenen in een hinderlaag werden afgeslacht. Op bevel van keizer Claudius I trokken de Romeinen zich terug op de zuidoever van de Rijn, die de natuurlijke noordgrens werd. Om de grensstreek te verdedigen werden langs de Rijn forten (latijn: castra en castella, enkelvoud castrum en castellum) gebouwd om militaire legioenen en hulptroepen te huisvesten. Ook werden kades, havens, wachttorens en wegen aangelegd. De eerste gebouwen werden uit hout opgetrokken. Bij de militaire vestigingen waren, of ontstonden, ook burgernederzettingen.

De limes was niet alleen bedoeld om het gebied aan de overzijde van de rivier te beheersen en vijandelijke invallen onmogelijk te maken of te bestrijden. De militaire voorzieningen waren ook en vooral bedoeld om controle uit te oefenen over de Rijn als belangrijkste verbinding tussen het Duitse Rijnland en Brittannië. Daarbij speelde ook een rol dat bevoorrading van de legioenen vanuit het centrum van het Rijk via de Rijn aanzienlijk eenvoudiger was dan via de Elbe.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Willem V van Kleef (Slot)

  Willem V van Kleef Willem V (Düsseldorf, 28 juli 1516 – aldaar, 5 januari 1592) was hertog van Kleef, Gulik en Berg, graaf van Mark, heer ...