27 november 2024

Na de val van het Romeinse rijk

 


Betrekkelijke rust
Na de Bataafse Opstand bleef het 200 jaar relatief rustig. Zuidelijk van de Limes werden de goede landbouwgronden opgedeeld in percelen waarop soms een villa werd gebouwd. 

De Romeinse villa's die werden gebouwd op het platteland kunnen worden ingedeeld in twee verschillende typen: de villa urbana en de villa rustica. 
  • De villa urbana diende als woonhuis voor een rijke stedeling. Dit type villa kwam overeen met wat men nu onder een villa verstaat; een luxueuze, vrijstaande woning. Ze was gelegen op maximum twee dagen reizen van een stad.
  • De villa rustica was een herenboerderij waaromheen onderkomens voor het personeel, de stallen voor het vee, voorraadschuren en landerijen lagen. In de villa rustica woonden permanent dienaren of slaven die werkten voor de eigenaar.

In Nederland kwam vrijwel uitsluitend het villa rustica-type voor. Er is in Nederland slechts één, mogelijk twee villae urbanae opgegraven, namelijk de Romeinse villa Plasmolen op de Kloosterberg te Mook en (mogelijk) de Romeinse villa Backerbosch te Cadier en Keer (beide met een façade van ruim 80 m breedte). Op de Zuid-Limburgse lössgronden zijn ongeveer 65 villae rusticae opgegraven. De grootste, met een erf van ruim 8 ha en een voorgevel van onbekende breedte en 22,5 m diepte, was de Romeinse villa Meerssen-Onderste Herkenberg. Ook verder naar het noorden, in de Maasvallei en het rivierengebied, lagen veel villae, waarvan er echter maar weinig zijn opgegraven. Voorbeelden zijn de villae te Maasbracht, Hoogeloon en Houten, en de vrijwel compleet opgegraven villa-achtige nederzetting te Druten-Klepperhei. In de kuststreek lagen waarschijnlijk geen volledig geromaniseerde villae. Hier zijn slechts enkele villa-achtige nederzettingen opgegraven, zoals in Rijswijk en Katwijk.

Er werden nieuwe plaatsen door de Romeinen gesticht zoals Nijmegen. De Germaanse bevolking werkten op Romeinse landerijen, oefenden ambachten uit of dienden in het Romeinse leger. Zo was er de Romeinse dienstplicht ingevoerd waar het mannelijk deel van de bevolking aan werd onderworpen. Economisch gezien was deze cultuur voor het grootste deel op de behoeftes van Romeinse garnizoensplaatsen langs de Rijn gericht. Vanuit het noorden vielen Germaanse stammen regelmatig Romeinse grensnederzettingen aan. De Val van het West-Romeinse Rijk betekende een einde aan 400 jaar strijd tussen Germaanse volken en de Romeinen. 

Met de Val van het West-Romeinse Rijk bedoelt men de afzetting van de laatste West-Romeinse keizer Romulus Augustulus op 4 september 476 door Odoaker. Hier gingen twee eeuwen aan vooraf waarin de keizers hun greep op steeds meer gebieden verloren, het rijk al geplunderd was door verschillende volkeren en generaals van zowel Romeinse als Barbaarse afkomst al meerdere marionettenkeizers op de troon hadden gezet. De afzetting van de laatste keizer wordt dan ook vaak gezien als een symbolisch einde van het eens zo machtige Romeinse Rijk waar allang niet meer veel van over was. Het keizerlijke hof was toen al in Ravenna gevestigd omdat dit beter te verdedigen was. De val van het West-Romeinse rijk luidde het begin van de middeleeuwen in.

Dat werd gevolgd door de Grote Volksverhuizing toen de Germaanse stammen van de Vandalen, Sueven en Alamannen in 406 de Rijn over staken en oprukten naar het zuiden. De Vandalen trokken daar plunderend door Gallië en staken in 409 zelfs de Pyreneeën over. In het noordoosten van het gebied Gelderland is nog altijd een Nedersaksische cultuur bewaard gebleven met oeroude kenmerkende tradities.

Routes van de Germaanse invasies tijdens 
de Grote Volksverhuizing

Rond het begin van onze jaartelling bestonden de Germanen uit een groot aantal stammen. Ze streden vaak tegen de Romeinen die hun woongebied, dat door de Romeinen met de ruime term 'Germanië' werd aangeduid, probeerden te veroveren. Door in 9 n.Chr. de Romeinse generaal Varus te verslaan in het Teutoburgerwoud konden ze ten oosten van de Rijn definitief hun onafhankelijkheid bewaren. Nadien waren de betrekkingen met de Romeinen lange tijd redelijk vreedzaam en leverden ze zelfs hulptroepen aan het Romeinse leger. Sommige Oost-Germanen bekeerden zich al in de vierde eeuw tot het christendom. Zij kozen echter voor een niet-orthodoxe variant: het arianisme.

In het arianisme wordt het dogma van de drie-eenheid niet geaccepteerd. Zowel Jezus als de Heilige Geest worden gezien als scheppingen van God, die ondergeschikt zijn. Jezus is hierbij alleen ondergeschikt aan God, terwijl de Heilige Geest ondergeschikt is aan zowel Jezus als God. In eenvoudige woorden kan het verschil tussen orthodoxie (de oosters-orthodoxe kerken, rooms-katholieke kerk en (de meeste) protestantse kerken) en arianisme als volgt worden samengevat: de orthodoxie stelt dat Jezus God en mens is, het arianisme spreekt over godgelijkend.

Toen vanaf de derde eeuw het Romeinse Rijk begon af te takelen begonnen de Germanen eerst plundertochten te ondernemen in het verzwakte Rijk. Later vestigden veel stammen zich zelfs op Romeins grondgebied en rond het midden van de 5e eeuw namen ze het West-Romeinse Rijk geheel over waarna ze zich in heel West-Europa vestigden. In een aantal dunbevolkte noordelijke grensgebieden van het voormalige Romeinse Rijk werden zo Germaanse talen voorgoed de voertaal. Dat geldt voor Engeland (waar de Angelsaksische invasies overigens pas in de 5e eeuw begonnen), Vlaanderen en Nederland beneden de rivieren maar ook voor Oostenrijk en een groot deel van Zwitserland (zie verder Taalgrens). In de dichtbevolkte zuidelijke delen van het Romeinse Rijk waren de Germanen maar een dunne bovenlaag die uiteindelijk opging in een Romaans sprekende bevolking zoals in Frankrijk ofwel vernietigd werden door de Byzantijnen zoals de Goten (deels) en de Vandalen.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Willem V van Kleef (Slot)

  Willem V van Kleef Willem V (Düsseldorf, 28 juli 1516 – aldaar, 5 januari 1592) was hertog van Kleef, Gulik en Berg, graaf van Mark, heer ...